|
De Broukay is een plaats, gelegen te Eben-Emael langs de Jeker tussen Tongeren en Maastricht in de gemeente Bassenge (Bitsingen).
Eben-Emael is het laatste Waalse dorp op Belgisch grondgebied, waar de Jeker doorstroomt.
Het is gelegen tussen Bassenge en Kanne aan de provinciaalse weg n° 619.
De bron van de Jeker ligt in Haspengouw, en loopt van het begin af, door het secondair massief.
Geologium is een neologisme.
Het omvat heel de geologische geschiedenis van de Broukay, de industriële winning van vuursteen en mergel, de natuurlijke rekolonisatie en de valorisatie van de plaatsen voor pedagogische, culturele doeleinden, voor ontspanning en ontdekkingen.
www.gmvloisirs.be
De landschappen lijken onveranderlijk.
Toch, zijn ze in constante beweging en worden ze veranderd door de menselijke activiteiten.

De vegetatie bedekt er de sporen van.
De zachte dalhellingen kunnen er soms, naar gelang de tijd, uitzien als een woest, omgewoeld landschap alsof een machtige ploeg de oppervlakte heeft bewerkt. De Broukay is daar de getuigenis van.

Nu, een park met bomen en planten, droge weiden, schaduwrijke paden waar we aan de bezoekers veelvoudige ontdekkingstochten van pedagogische aard aanbieden: ontdekking van de geologie, archeologie, kunst, gastronomie, sportactiviteiten, ontspanning en wandelingen.
Het landschap van de Broukay is een omschakeling van een mergel en vuursteengroeve.
De organisatoren hebben er een nieuw decor van gemaakt waarbij ze het werk van de spontane herovering door de natuur hebben gerespecteerd: zijn fauna, zijn flora en de regeneratie van de soorten.
Het is in 1934 dat het gehucht van «De Broukay» en zijn omgeving: Krokay-Thier en Pach-Lowe als geologische plaatsen van winning en ontginning van vuursteen en mergel werden gekozen.
De ontginning van vuursteen voedde meerdere generaties van arbeiders, steenhouwers, steenkappers en smeden, daarop volgde de cementfabrieken.

Terzijde van de vuursteenindustrie, ontwikkelden zich kistenfabrieken en vervoerondernemingen.
De geologie van het Jekerdal, en van een deel van de linker Maasoever, kan als de moedermelk van meerdere generaties inwoners beschouwd worden.
De geologie, natuurlijke rijkdom, is de generator voor de lokale ontwikkeling onder al zijn aspecten.
Op dit grondgebied van meer dan 5 hectaren, werden de groeven geopend om er vuursteen en mergel uit te winnen.
De vuursteenblokken waren bestemd om de maaltrommels in de aardewerk- en de porseleinfabrieken te bekleden.

Mergel is calciumcarbonaat.
Ze vormt het substratum (onderlaag) van heel het krijtmassief dat onze geologische basis is.
Het werd verkocht om het bouwland te verrijken, en voor de bereiding van cement.
Het krijtmassief wordt nog altijd in heel zijn dimensie in de Romontgroeve geëxploiteerd, dat kunnen we zien wanneer we ons nabij de Toren van Eben-Ezer bevinden.

Gepubliceerd met toelating van het Silex Museum vzw
Geologium is het woord dat het geheel van deze geologische geschiedenis, de industriële winning van vuursteen en mergel, vervolgens de natuurlijke rekolonisatie en de valorisatie van de plaatsen voor pedagogische en culturele doeleinden, ontspanning en wandelingen omvat.
Gelegen in de Pach-Lowe, is de vuursteenmijn één van de laatste vuursteenontginningen in het Jekerdal.

De vuursteenwinning gebeurde in een openluchtgroeve, maar eveneens, toen de ruimtes kleiner werden, onder de grond. Deze winning heeft talrijke ondergrondse uitgravingen achtergelaten, zowel aan de linker dan de rechteroever van de Jeker.
De vuursteenmijn gebruikt dezelfde ontginningstechnieken als de steenkoolmijn. Nochtans, is het massief stabieler en minder gevaarlijk.

De groeve verschijnt aan ons met stevige, geelachtige wanden. Het betreft de kalklagen uit het laat Krijt die uit zeeafzettingen bestaan, dat een aanzienlijk aantal resten van weekdieren, beenderen en zand insluit, getuigen van de zee die onze gebieden tot het eind van de tertiaire periode bezette.

We zien er ook vuursteenbanken van een goede dikte die geëxploiteerd werden om er blokken van te maken die bestemd waren voor de aardewerk- en porseleinfabrieken. De vuursteenwinning gebeurde zonder graafmachine.
Voor de vooruitgang van de winning gebruikte men springstof «alsilite brisant», deze wordt nog vandaag gebruikt in de groeven van tegenwoordig.
De stenen werden van de mergel losgemaakt met behulp van houwelen en hefbomen.
De vuursteen werd door «brekers» (mensen) gedebiteerd om dan naar de kapterreinen te worden gebracht. De mergel werd in kiepwagentjes (systeem Decauville) geladen die op rails door alle

ondergrondse winninggangen voortging om in de laadbak van de vrachtwagens te worden gestort, met als bestemming de cementfabrieken.
De vuursteengroeve van Pach-Lowe had 25 arbeiders in dienst: 5 steenkappers en 20 exploitatiearbeiders (vrachtautochauffeurs, smeden, opzichters). De exploitatie van de vuursteengroeve van Pach-Lowe spreidde zich uit over een periode van 10 jaar. We zien nog zijdelings aan de buitenkant een klif, overblijfsel van een recente openluchtexploitatie. De stratigrafie van de vuursteenbanken komt er op zeer nette wijze tevoorschijn.
Laten we deze klif in onze gedachten houden want we zullen er verder in de geschiedenis van de vuurstenen een levendiger verklaring voor terugvinden.

De dalen van de Jeker, de Maas en de Vesder (GMV) getuigen van de grote geologische geschiedenis van de aarde. Op de rechter Maasoever, hebben we de Ardennen, primair massief, het plateau van Herve, de dalen van de Ourthe, de Amblève en de Vesder.
In ons gebied stroomt de Maas in de Eifelse verschuiving met een zeer grote gevoeligheid in de geofysische bewegingen van ons gebied.
Het is door haar dat men alle geologische trillingen, lichte of zware aardbevingen, de samentrekkingszone van de massa’s, het op elkaar aansluiten van bepaalde tektonische bewegingen kan verklaren. De linkeroever in de Lage-Maas is het vertrekpunt van een groot geologisch bekken uit het Secundair. In het Krijt, bezette de secundaire zee het Noorden van Europa. Daarin hebben zich de vuursteenbanken gevormd.
De geologische geschiedenis van ons gebied werd ook de wieg van de verandering van de soorten (mosasaurus, schildpad, haai, vis, families van stekelhuidige, schaaldieren, koralen, weekdieren).

Op het einde van het Krijt, werden onze gebieden betreden door allerlei soorten dinosauriërs die uit het water kwamen. Het Krijt is een geologisch tijdperk waar het leven zich het meest afwisselde.
De groeven waren, onder de leiding van Robert GARCET, gedurende meer dan 50 jaar, opgravingterreinen. In de Geo-ruimte, stellen we de voornaamste rotsen uit onze Jeker-, Maas- en Vesderdalen voor.

We vinden er de Waalse stenen terug die in de bouw worden gebruikt. We vinden er schalie, arkose, zandsteen, vuursteen…
Deze rotsen lagen, door hun bijzondere eigenschappen, aan de oorsprong van de menselijke, economische en industriële ontwikkeling van onze gebieden.
Daarom draagt elke aanwezige rots het spoor van een menselijke activiteit.

Kunstenaars van de Academie van Luik hebben elk een rots gekozen en zo een kunstwerk gerealiseerd.
Bij het verlaten van de vuursteengroeve, volgen we de bergkam van het Jekerdal en zien we op onze rechterkant de vore waarin de rivier, sinds het Quartair, zijn bed maakte. Op onze linkerkant, zien we een afgeplat dal, een abruptere klif, meer geaccidenteerd. Het is het dal van de Berwijn dat zich ten tijde van de eerste ijstijden vormde.
Dit dal, was gedurende een lange periode moeras, waar men beenderen van neushoorns en andere moerasdieren terugvond, getuigenissen van het einde van het tertiair en quartair tijdperk.

De CBR groeve begon in 1970. Ze heeft de natuurlijke golving van dit oude dal uitgewist, waarin zich de Thebah, volledig begraven onder de tertiaire zanden, bevond(*). Ze werd in 1972 door Robert GARCET ontdekt die over haar bestaan een reeks hypothesen heeft samengevat, afkomstig uit de geologische en artistieke getuigenissen die hij «figuurstenen» noemde.
De Thebah werd volledig, door de winning in 1987, weg gegraven. De Thebah en de figuurstenen zijn tentoongesteld en te bezichtigen in de Toren van Eben-Ezer.

Gepubliceerd met toelating van het Silex Museum vzw
* 70.000 Millénaires sous la Terre – Editie Eben-Ezer - 1989
De Silex Valley heeft veel aan Robert GARCET te danken. Hij was de handwerksman van de vuursteenindustrie en de groeven in het Jekerdal en het Maasdal. Eben-Ezer is de rechtvaardige terugkeer van de ondernemer naar de volgende generaties, door de erfenis die hij hun als getuige nalaat, zowel op artistiek en museaal plan, maar vooral op architecturaal plan, en dit doorheen de Toren van Eben-Ezer die volledig in vuursteen is gebouwd.

Gepubliceerd met toelating van het Silex Museum vzw
Tegenover de exploitaties van de cementfabriek CBR liggen de oude kapterreinen van vuursteen. Deze waren nog actief in 2005.

Het klif van de groeve met haar vuursteenbanken
De vuursteenindustrie van Krokay-Thier werd aldus gestopt. De kapateliers werden gedurende heel het jaar door de steenkappers bezet. Aangezien de vuursteen bevriest, moet het, zodra het uit de massa wordt getrokken, beschermd worden. Daarom, worden de ruwe stenen onder een dik mergeltapijt begraven.
Het vuursteenkappen vormt nog een interessante en rendabele industrie. Hoewel de vuursteen geleidelijk door syntheseproducten wordt vervangen.

Kapterrein van de vuursteen
De vuursteenblokken zijn, zoals u kan vaststellen, van verschillende afmetingen in breedte en dikte. Het is hun bestemming die hun afmetingen bepaald.

Deze vuursteenblokken moeten de binnenkant van de maaltrommels bekleden die men in de aardewerk- en de porseleinfabrieken gebruikt.
Vuursteen is het meest bestand tegen slijtage. Bovendien bevat het geen ijzeroxide waardoor ze geenszins de edele producten, die in de maaltrommels worden bewerkt, veranderd. In deze molens rollen keien die de pasta fijner en smeuïger maken. Dit wordt uiteindelijk in vormen gegoten om er vaatwerk, tegels of decoraties van te maken. De vuursteen wordt ook in de bouw gebruikt.
We zien nog hier en daar, grondmuren van huizen die uit vuursteen zijn gebouwd. De vuurstenen worden eveneens bij de restauratie van historische gebouwen, zoals de Romeinse wallen van de stad Tongeren, gebruikt.

Wallen van Tongeren
Het latere gedeelte van het Krijt bevat weinig vuursteenbanken, maar de mergel is van een zeer goede kwaliteit.
Het werd gebruikt in de bouw van huizen, openbare gebouwen, monumenten, kathedralen en kerken.

In het Jekerdal, zullen we er meerdere getuigenissen van terugvinden: de kerk van Wonck is er een interessant voorbeeld van. De bouwers van de kathedralen in Maastricht en Luik gebruikten ook deze materialen. Het Koninklijk Theater van Luik is een voorbeeld.
De Silex Valley is de wieg van de paleolithische en de neolithische beschavingen en zoals Robert GARCET zei, van de prediluvium beschavingen die hij als «oude volkeren» kwalificeerde. Om meer over de vuursteen, zijn ontstaan, te weten, heeft een wetenschappelijk team, bestaande uit een pedagoog, een geoloog en datalogen, een educatieve software gemaakt waardoor men, in het geospadium, kan reizen.
Het geospadium bevindt zich in het «Silex Museum», dat wil zeggen, op het eerste niveau van de Toren van Eben-Ezer.

Gepubliceerd met toelating van het Silex Museum vzw
Het geospadium is het vertrekpunt van de verkenning doorheen de tijd, een denkbeeldige reis in het Krijttijdperk. Het geospadium stelt de bezoekers voor om de besturing van een “vaartuigje” te nemen, om terug te gaan naar de oneindige tijd. We weten dat de aarde tot het zonnestelsel behoort, dat zelf tot het galactische systeem behoort.
Alles wat op aarde gebeurt, gebeurde misschien ook op de één of andere planeet? Misschien dat de geschiedenis, die wij gaan ontdekken, zich reeds elders, op Mars of op een andere planeet van een ander systeem, afspeelde? De aarde was eerst een gasvormige massa, voortgestuwd door een aanzienlijke, interne energie die buitengewone bewegingen veroorzaakt en zo enorme krachten ontplooit.
Deze kern is hard geworden en de Aarde nam aldus een stevige vorm aan. Het is het primordiaal tijdperk van de schepping van de Aarde. We zullen leren, met rasse schreden, dat op deze aarde, door de aanwezigheid van de drie elementen – waterstof, koolstof en zuurstof – het water plaats nam en zee werd.
De hard geworden massa’s werden werelddelen en op dit geheel ontwikkelde zich het leven. In de geologie deelt men de tijd in tijdperken: primair, secundair, tertiair, quartair. Op de tijdschaal, kunnen we van elk het belang meten. Men zou kunnen geloven dat dit verloop zich in rust en kalmte voordeed.
In feite is het heelal energie, kracht, beweging. Niets komt eenvoudigweg tot stand. De bewegingen doen zich voort in een geologische tijdsduur en niet in een menselijke tijdsduur.
Zo bestaat de geschiedenis van de aarde uit kalmere fasen en meer cataclysme fasen.
Op de tijdschaal en door de geologische sporen hebben de geologen enkele grote cataclysme fasen geïdentificeerd.
In het Perm, vond er een belangrijke gebeurtenis plaats met als gevolg: de verdwijning van een groot aantal soorten. Anderen overleefden, maakten plaats voor een nieuwe ontwikkeling: het leven. Een andere gebeurtenis, opvallend op de tijdschaal, markeert het einde van het Krijt. Het betreft ons rechtstreeks en had enorme gevolgen. Het veroorzaakte achtereenvolgens effecten die het leven op aarde verstoorde.
Men kent daar de precieze oorzaak niet van. Is het een komeet die de aarde raakte? Is het een interne cataclysme? Is het een tektonische beweging?
In ieder geval, in die tijd, het Krijt, daar waar we ons momenteel in het geospadium bevinden, veranderde de oppervlakte van de aarde.
Gehele soorten verdwenen: dinosaurussen, mosasaurussen…
We bevinden ons dus op het einde van het Krijt.
We gaan u, middels de informatica, de geschiedenis van de vuursteen vertellen.

In het geospadium zult u sommige antwoorden vinden op de vragen die u zichzelf hebt gesteld toen u aan deze route van het geologium van de Broukay begon.
Het geospadium is een gereconstrueerde plaats tegen een klif. Het is tegelijkertijd een didactisch en nieuwsgierig kader.


Na dit uitstapje in de geologische tijden, weten we wat de geschiedenis was van de aarde voordat de mens er voet op zette.
In welk tijdperk verschenen de hominiden op onze planeet?
De archeologische ontdekkingen verschuiven geleidelijk het begin van de mensheid. Maar wat is mensheid? Op het hogere gedeelte van de vuursteengroeve in de Pach-Lowe leefden kolonies van mensen ten tijde van het Neolithicum. We weten dat, ter hoogte van de Jeker, paleolithische plaatsen werden ontdekt.
Sinds millennia dus, heeft de mens door Haspengouw en het Jekerdal gelopen. Daarom hebben we de archeo-ruimte gereconstrueerd. De archeo-ruimte toont het leven van de families en de clans tijdens het Paleolithicum en het Neolithicum.
Dit kleine schema getuigt van het belang in tijd, van de geologische tijdperken en de duur, de diepzinnigheid van het leven op aarde los van de mens.

In het Jekerdal en in Haspengouw was de mens aanwezig in de ijstijden. Dus in het quartair tijdperk.
Ons gebied kende opeenvolgende fasen van ijstijden die heel het Noorden van Europa tot de Pyreneeën troffen.
De dooi van de gletsjers heeft zeer sterk het achtergelaten landschap van het Tertiaire, dat voornamelijk uit zand bestaat, veranderd. De gletsjers hebben de dalen uitgegraven en uitgebreid.
De Jeker stroomt op de secundaire lagen. De teruggeworpen aanslibbinggronden, op beide oevers, vormen zeer vruchtbare gronden die een lange tijd, tot de Middeleeuwen, moerassen waren.
De bergkammen van de dalen waren zeer vruchtbaar.
Ze bestaan uit kleineerzettingen en uit lagen akkerland. Dit zeer gastvrije milieu heeft dus, vanaf de oudste tijden, de ontwikkeling van de hominiden bevorderd.
De aanwezigheid van vuursteen, water, dalhellingen, zachtere geologische lagen die het graven van schuilplaatsen mogelijk maken, vormden een gastvrij milieu.
In het Jekerdal hebben verschillende archeologen, prof. J. HAMAL NANDRIN van de Universiteit in Luik, Robert GARCET, de paleolithische en neolithische sites bloot gelegd. Men ontdekte veel overhangende rotswanden en overblijfsels van de Cromlech werden geïdentificeerd De archeo-ruimte is een didactische reconstructie van het leven, van de habitat in de ijstijden en de na ijstijden, in de tijd waar de mens nomade was en van de jacht, de pluk en de visvangst leefde.
De overhangende rotswand, gereconstrueerd in een groeve met de medewerking van ervaren archeologen, is een reproductie afkomstig uit de observaties van meerdere overhangende rotswanden in onze gebieden, met name die in Ternaaien (Lanaye) en Spy.

De overhangende rotswand stelt, in het vooruitstekende gedeelte, de woning van de grote familie voor.

Een tweede ruimte is gereserveerd voor de rotsschilderingen die de dieren uit die tijd voorstellen.

Deze afbeeldingen hebben een magische betekenis, een voorspelling.
De rotsschilderingen getuigen van de abstracte capaciteiten van de mensen vanaf het Paleolithicum en van hun synthesefaculteit. De «tekens» vormen er een andere uitdrukking van.
De Paleolithicum mens was ook een denker, actief en vragend. In de derde zaal, zien we een graf. Deze maakt het mogelijk de vragen te stellen in verband met de begrafenisriten.

De archeo-ruimte zet eveneens de bezoeker in verband met het neolithisch tijdperk.
In dit tijdperk zijn de families sedentair. Dorpen worden gevormd. Velden worden bebouwd.
Kommen worden gemaakt om er de oogsten in te bewaren, het is het neolithisch aardewerk dat men bandkeramiek noemt, want er werden lintvormige versieringen op aangebracht.

Men fokt dieren. De plattelandswereld vindt aldus zijn basis rond de Cromlech.
De Cromlech en de oven zijn plaatsen die in de neolithische fasen voorkomen.

De animaties in de overhangende rotswand en rond de Cromlech en de oven, verduidelijken de bezoekers het leven, de gedachtevormingen en de organisatie van het collectieve leven.

De vuursteen en de grond hebben de geologie gemaakt.
Ze zijn de rechtstreekse band tussen de mens en zijn milieu.

De Molen van Broukay brengt ons naar een andere tijd van de menselijke geschiedenis: de jaren ’50.
De breker voor het fijnmalen van vuurstenen produceert grind in verschillende granulometries (korreldiktes). Deze staat op het hogere gedeelte. Daarna, trommels, een ziftinstallatie en trillers. De gekalibreerde afgewerkte producten werden in zakken opgeslagen.
De fijngemalen vuursteen werd uitsluitend gebruikt voor de zandstraling van metalen stukken die in de gieterijen in het Maasdal en elders worden geproduceerd. De vuursteen kon ook gebruikt worden om stenen te zandstralen en in de fabricatie van bepaalde filters.
Zo steunde de vuursteen de ontwikkeling van de machine-industrie die in deze jaren één van de pronkstukken van de industriële ontwikkeling van het gebied vormde. Maar na de gieterij, werd de plaats ingenomen door de machinale bewerking die geen zandstraling vereist.
Met deze nieuwe technologie verdween de productie van fijngemalen vuursteen. De progressieve vermindering van de gieterijen en de economische activiteit in de Lage Maas had ook de achteruitgang en de productiestopzet als gevolg.
De gebruikte vuurstenen waren vuurstenen keien van de Normandische kust en werden van hun plaats van oorsprong tot bij de molen, per trein (station van Bassenge) en dan via wegvervoer, aangebracht.
Het industrieel gebouw dateert van de jaren ’50. Er werkten 10 tot 12 arbeiders die door de bedrijfsleider van het geheel van de exploitatie op Krokay-Thier werden geleid.

De ruimtes de we nu gebruiken waren zalen voor het ziften en de opslag.
De muren werden bewaard, beschermd, behouden en vormen een geheel waarvan de getuigenis aan de economische activiteit van deze plaatsen herinnert..

De kleine Toren in de buurt was de woning van de bewaker die zelf ook in de onderneming werkte.
Het geheel van deze industriële constructie werd door Robert GARCET ontworpen terwijl de realisatie ervan het werk is van zijn vader, Fernand GARCET.

De Molen van Broukay is heden een centrum voor cultuur, vrije tijd, ontvangst van het publiek, plaats voor seminaries, recreatieve en pedagogische activiteiten.
Het is het vertrekpunt van wandelingen en bezoeken over heel de plaats waarover we tot nu toe hebben gesproken. U vindt er de nodige gidsen en de gevraagde toeristische, culturele of pedagogische animaties.
Er is ook een restaurant ter uw beschikking.

De ondergrond van het Krijt wekt een typische fauna en flora op.

De kalkgrasvelden zijn zeer waterdoorlatende oppervlaktes die dus droge oppervlaktes achterlaten. Er groeit een dorre vegetatie maar ook orchideeën. Verschillende orchideesoorten zijn eigen aan deze plaatsen. De typische bomen van deze terreinen zijn boswilgen, berken, vlierbomen, meidoornen, beuken, sleedoornen, Gelderse rozen en kornoeljes die men verspreid aan de natuurlijke oppervlakte van het oude massief voor de exploitatie tegenkomt.
Boswilg |
Vlier |
Berk |
|
|
Meidoorn
|
Sleedoorn
|
Gelderse roos
|
![]() Kornoelje |
|
In de weides langs de Jeker ziet men bomen, gewoon van de vochtige plaatsen: populieren, ratelpopulieren en zwarte elzen
Populier
|
Zwarte els
|
Ratelpopulier
|
|
|
We ontmoeten ook de hele typische vegetatie van de kalkbodems: het boerenwormkruid, de wilde marjolein en de koningskaars.
Boerenwormkruid
|
Koningskaars
|
Wilde marjolein
|
|
|

De, in de loop der jaren herkoloniseerde ruimte, in deze geologische, natuurlijke en meermaals veranderde context is ook een plaats van ontvangst voor de hele ornithologische fauna
Eekhoorn
|
|
Waterhoen
|
|
|
Groene specht
|
|
|
Torenvalk |
|

Bonte specht
De ruimte van de «Krokay-Thier» ligt op de migratiewegen die van noord naar zuid lopen.
De natuurreservaten van België waren zeer attent ten aanzien van dit patrimonium.
We delen volkomen dit belang voor de bescherming van de natuur.
Het Geologium van de Broukay is ook een ontspanningsruimte.

Deze ontspanningen worden georganiseerd door infrastructuren zoals een speelplein voor de allerkleinsten en de organisatie van thematische stages voor kinderen van het kleuter- en het lager onderwijs. Voor de volwassenen worden er wandelingen in de aangrenzende natuurlijke ruimtes georganiseerd.
De Jeker, is op deze plaatsen wild gebleven.

Hij maakt kajaktochtjes vanaf Wonck tot in Eben-Emael mogelijk. De tweepersoonskajaks zijn individueel of in groep toegankelijk.
De Molen van Broukay stelt ook mountainbikes ter beschikking waardoor men, ontspannen, over de fietspaden in het dal kan rijden.

* * *
Het Geologium van de Broukay maakt het zo dus mogelijk om verschillende belangen te verbinden:

de nieuwsgierigheid en de kennis, van ontdekking tot ontspanning. Dit alles in een theater van groen waarvan de bezoekers de schoonheid zullen kunnen waarderen.